De Heren van Havot: …. Als een glas bier en sa is ‘t.

“Volleybal, zo sprak de wijze filosoof, “”is als een glas bier. En sa is ‘t ”. Vertederd keek hij naar het schuimend vocht dat voor hem stond, naar de mooie witte kraag, de dampige druppels die traag bij het glas neerstroomden, het glinsterende goud dat lonkend wachtte onder duimbreed wit. Als een glas bier…..”en hij glimlachte.

“Want kijk”, zei hij, “als je een glas bier neemt, weet je eigenlijk ook niet wát je krijgt. Natuurlijk, je hebt een bepaalde verwachting. Je hebt immers al ettelijke keren een glas geleegd, je hebt de geur gesnoven en de smaak geproefd, maar toch, je weet niet wát je krijgt. Immers, het ene pilsje is het andere niet. Daar zijn vele merken en vele gistingen en vele percentages, om mee te beginnen. Al die soorten verschillen soms als water en wijn, als melk en limonade. Maar zelfs áls je een glas neemt uit dezelfde tap weet je niet of het hetzelfde is. Dé bepalende en overheersende en meest belangrijke factor is namelijk niet het glas bier, maar ben jij. Jouw gesteldheid bepaalt of het glas goed valt. Ben jij verdrietig, dan werkt het glas eerder vochtbevorderend, terwijl bij een blije bui de biertranen je wellicht uit de ogen spatten. Een pilsje kan heel verschillend uitvallen, vaak zo als jij verwacht, maar het kán anders. En soms zelfs zonder duidelijk aanwijsbare redenen. ”Nee, een glas bier is als het volleybal. En sa is ‘t ”. De wijze filosoof zweeg, maar zijn leerling, een jongeman die nog droomde van een toekomst binnen de lijnen met veel smashes en passes, sprak ongeduldig: “Wijze meester, ga door met uw les. Ik bedoel, zal ik u nog eentje intappen, dan kunt u verder vertellen”. De wijze knikte en keek goedkeurend naar hoe zijn leerling een glas vulde. “Een goed glas tappen is toch een van de vaardigheden die je als filosoof goed diende te beheersen”, dacht hij. “Hoe kun je anders heerlijk helder nadenken en je eventuele restgedachten wegspoelen?”

“Volleybal is als een glas bier, jongeman, en sa is ‘t. Een nieuwe wedstrijd is te vergelijken met een nieuw glas. En elke keer denk je dat je weet wat je kunt verwachten. En elke keer is het weer anders. Dat hangt dan wel niet af van het merk (uitgezonderd het merk tegenstanders), de gisting (of kun je dat met leeftijden vergelijken) of het alcoholpercentage (of is dat zoiets als de zweetdruppeltjes-voorraad van elke speler?), maar wel heel erg van de volleyballende mens zelf (homo volleyballensis). Hij kan als een vorst ballen, met een ontspannen rust en een haast steriele overgave de ballen spelen als waren het teugen van een goed vallend pilsje; hij kan ook als een oude stakker ballen, met een verkrampte concentratie en angst voor de bal als waren het slokken van een te machtig pilsener. En het is welhaast onmogelijk om op dat moment de knop om te zetten: een minder lekker pilsje wordt toch doorgaans ook niet plotseling een heerlijk potje bier? Zo kun je het ene glas vergelijken met een set bij volleybal: de ene is de andere niet. Jammer, zou je kunnen zeggen, maar misschien moet je er ook erg gelukkig mee zijn. Bij het volgende glas, de volgende volleybalset komt de nieuwe smaak, een nieuw elan, de nieuwe strijd en ook de nieuwe kans op een goede nasmaak”. Beiden, de wijze filosoof en de leerling zwegen en staarden in het nog niet vermelde sporthal waar de lichten allang waren gedoofd. Toen de leerling opkeek zag hij dat de meester sliep, zijn glas was leeg maar om zijn lippen lag een gelukzalige glimlach en op zijn snor de resten van een mooie witte kraag. (R.S.O – Havot : 1-3)