De Heren van Havot: beelden

En weet u wat het is? Dan zit je de dag na de donderdag voor je beeldscherm en dan denk je: tja! Hoe was het ook al weer en wie deed wat? Beelden dwarrelen nog door je hoofd van opslaan en slaan zonder op maar wel er op. En altijd het gevoel om de donderdagavond ook in beeld te verpakken. En dat beeld dan ook op te slaan en neer te slaan in een verslag. Maar welke neem je? Het beeld van een stel zware Belgen (ik bedoel de paardenversie), die zwoegend en ploegend het volleybalveld dwingen om de vruchten van de overwinning prijs te geven?

Of zit er meer in het beeld van de balgen, van de lucht aanzuigende en uitpuffende zakken die met pijn en moeite en horten en stoten, snakkend naar adem en dus een hartversterking proberen de vier sets vol te maken? Is er het beeld van de wereldberoemde psycholoog die in verwarring naar zijn hoofd grijpt bij het aanschouwen van zoveel beweging en onrust bij mensen die – als je ze door de straten ziet sjouwen – er doorgaans een tempo op nahouden waar bedaagd nog een te sterk woord voor is? Is er het beeld van een stel in overdrijving ongeconcentreerde zenuwlijers die na moeten denken hoe ze het ene been voor het andere moeten zetten of daarbij een schriftelijke cursus lopen voor zouden kunnen gebruiken? Misschien moet ik het ook van u, de lezer, af laten hangen, want waar kickt u op? Het beeld van verszwetende luidroepende volleyballers of van het sierlijk dansen van een bal van gene zijde naar de andere overkant en weer terug over de rand van het net? Of blijft het steken boven de rand van een schuimkraag, twee vingers boven dat gele dat overal goed voor is? Voor het bedrinken van een overwinning, van het verdrinken van een nederlaag of gewoon als smeermiddel voor keel en polsgewrichten? U zegt het maar, maar ik ben klaar.

O ja: eindstand Kwiek – Havot: 1 – 3.