De Heren van Havot: de strijker, de knipper en de hipper

De mens is een gewoontedier, zuchtte de man, en hij streek met de hand over zijn kin. Zijn vriend die bij voortduring met z’n vingers knipte, knikte tegen de over zijn kin strijkende man. Dat is ook zo, zei hij al knippend. Een derde, die voortdurend van het ene been op het andere ging staan trok de bewering van de man die alsmaar over zijn kin streek en de knippende beamende vriend in twijfel. Zou dat echt zo zijn, vroeg hij al hippend. Ik weet het wel zeker, vervolgde de knippende man richting hippende man. Wij volleyballen bijvoorbeeld altijd constant niet constant. Natuurlijk pakken wij wel eens punten. En jullie pakken natuurlijk ook wat na afloop, viel de strijkende man in. Inderdaad, beaamde de altijd op de donderdag minstens een set winnende en knippende man tegen de strijker, maar naast dat we punten pakken pakken we ze ook even vaak niet. We spelen goed en vlak daarna doen we het tegenovergestelde.

Het is een gewoonte geworden en ook als we van die gewoonte af proberen te wijken, gaat het mis. Donderdag nog. Tweede set, in een flow naar de setzege. De derde set: ook een flow maar dan de flow van niets lukt, niks wil en alles zit tegen. De strijker en de hipper knikten meewarig naar de knipper, ze voelden wel met hem mee; alhoewel de een met de vingers en de ander met z’n kin. Hadden jullie het niet anders kunnen doen, sprak de hipper plotseling en van het ene naar het andere been overstappend, hadden jullie toch niet met geweld van die gewoonte af kunnen stappen? Dat had gekund, zei de knipper, maar weet je, op zo ’n moment breek je ook weer met een gewoonte en dan aarzel je. De aarzelende, altijd weer met zijn vingers knippende man zweeg even. Waarom aarzel je dan? vroeg de over zijn kin strijkende man wat zenuwachtig en knipperde met zijn ogen. Je aarzelt altijd, was het antwoord van de aarzelende knipper aan zijn strijkende en met de ogen knipperende vriend, omdat dan de gewoonte wegvalt en je moet kiezen wat de nieuwe gewoonte zal worden. En dat moment van kiezen is doorgaans fataal: je wacht te lang, je kiest te laat, einde verhaal. De hipper keek de knipperende strijker en de aarzelende knipper een poosje nadenkend aan en sprak toen: je zou er dus eigenlijk voor moeten zorgen dat het altijd in ieder geval één set pakken de gewoonte wordt, ongeacht hoe je speelt. Dan is het opgelost, besloot hij triomfantelijk. De knippende aarzelaar grijnsde richting triomfantelijke hipper. Je bewijst precies zijn gelijk, zei hij, en hij knikte al knippend naar zijn strijkende knipperende vriend. Maar jullie zijn constant niet constant, antwoordde die. Op die wijze wordt één set pakken een constante en vervalt het verhaal van flow en niet-flow. Toch? De hipper zuchtte. De mens is een gewoontedier, zei hij, maar we moeten het er donderdag nog maar eens over hebben. Havot – Drachten: 1-3