De Heren van Havot: harthorend

Soms, al volleyballend, zie je soms iets of iemand, waar ik best een hartig woordje mee zou willen spreken. Maar vaak heb ik dan het hart niet of ik strijk met de hand over het hart. Soms zou ik iemand een hart onder de riem willen steken, omdat ik diegene een warm hart toe draag. Ik zou dan van mijn hart geen moordkuil maken: ik zou juist hem of haar op het hart willen binden om wát ik zeg ter harte te nemen want ik heb het hart op de goede plek, al is dat niet op de tong en mijn hart is niet van steen en er zijn dingen die mij na aan het hart liggen. Maar vaak zinkt mij het hart in de schoenen. Dan heb ik een klein hartje: men mocht eens denken dat ik het hart hoog draag, dat ik wát ik zeg niet in hart en ziel en nieren meen, dat ik de ander niet ter harte neem of dat ik geen hart in mijn lijf heb.

Soms, al volleyballend, ben ik het hartroerend eens met iemand. Of ik ben het nog hartgrondiger oneens met een ander en ik denk: heb het hart eens!   Dat kan hartverscheurend zijn voor die ander maar evengoed hartversterkend voor die eerste iemand. Het kan hartzeer opleveren , maar het kan ook hartverwarmend zijn. Zo gaan die dingen toch: voor de een ben je hartelijk en voor de ander harteloos. Voor de een ben je een hartendief die naar hartenlust aan het hartenjagen  is. En voor de ander een hartenbreker die hartenpijn toe brengt aan hartenvrouwen. De een wil je wat op het hart binden, de ander misschien de schrik om het hart slaan…….

Soms, vooral de laatste week, denk ik al volleyballend aan harten. En hoe belangrijk die zijn met al hun hartsgeheimen en hartenleed en hartenbloed. En hoe fijn hartenkloppen is en  hoe belangrijk dat er mensen zijn die hart hebben voor de harten van anderen en die hartvochtig en hartgrondig hartstikke hart hun best doen om voor nieuwe hartkloppingen te zorgen als dat nodig is. Kun je iets bedenken dat nog hartverheffender en  hartveroverender is dan deze vorm van hartversterkingen? Heb het hart eens!

Overigens bekerden de Heren van Havot vorig week. Al speelden ze met heel hun hart, het mocht niet baten. Maar ach, lagen hen andere zaken nader aan het hart?.  Havot – Urk:  1-3