De Heren van Havot: simpelweg moeilijk

De groep psychologen werd de woestijn ingestuurd. Want is de woestijn niet de plek waar alles samenkomt? Waar brandende hitte, schroeiend zand, verzengende dorst, schrale wind en dorre schuurpapieren kelen de mens dwingen tot het uiterste te gaan? Waar men niet gehinderd wordt door wat voor afleiding dan ook. Hooguit wat giftige woestijnslangen en stekende horzels en het felle licht kunnen de gedachten verstoren, maar verder is er rust, stilte en een overdaad aan alleenzijn. En dat was meer dan nodig, want deze ploeg psychologen was de woestijn ingestuurd met een opdracht. Een opdracht in het belang van de hele wereldbevolking volleyballers en ter verhoging en verlustiging van de homo volleyballensis. Zij waren er opuitgestuurd om te bekijken waarom de intermenselijke relaties zo een grote invloed hebben op het spel en waarom het volleybalspel vaak zo gemakkelijk ten positieve of negatieve kan veranderen. Waarom met andere woorden, loopt het het ene moment goed en kan het zo snel en zo dramatisch verkeren?

De psychologen trokken al discussiërend door het brandende zand, zo nu en dan rust houdend bij een oase met een tapkraantje voor wat water. Daar zetten ze dan weer de laptop aan en bestudeerden opnieuw het voorbeeldvolleybalteamobject, zijnde…, inderdaad, de Heren…. En toen het donker kwam viel de avond. Zij trokken zich niets van het lawaai aan en vervingen de hete zon door een verzengend kampvuur. Ze trokken de knieën naar zich toe en de jas dicht en vervolgden hun discussies. Weet je, sprak een van de vrouwelijke psychologen, volgens mij is het een kwestie van stijfheid, vooral bij de mannetjes-volleyballers. Het kan op die manier geen kant meer uit, dus ik zou zeggen, een klets er over. Dan wordt het spul wel weer slap. Haar buurvrouw beaamde, maar boog het gesprek vervolgens in de richting van haar voortuintje waarvan de begroeiing te wensen overliet. Haar buurman, psycholoog in zaad en nieren, beloofde wat te doen zodat het beter zou worden. De buurman naast hem met ook een baard begon een moeilijk betoog over tegen zich zelf vechten en met zich zelf in de knoop zitten. En zo bewoog het kringgesprek zich verder om de simpelheid van het spel: er is een bal, de bal is rond, hij gaat van hand naar hand naar hand (als je in drie keer speelt, tenminste) en eindigt op de grond. En ongeacht opstelling en reservebank moet niets die simpelheid kunnen verstoren. Want was het vaak niet de verstoring van de simpelheid die leidt tot verdubbeling van de narigheid. Een jarig psycholoog vatte het probleem bij de ongewassen haren en zei: wij doen dus te moeilijk. De rest keek verheugd en blijde: was dat niet de kern van het probleem, dat je iets simpels moeilijk maakt? Hun vreugde was van korte duur en werd al snel de grond ingeboord op zoek naar olie. Is het niet een oude wereldwijsheid, dat, waar je een probleem ontraadselt het volgende weer opduikt. Als je iets simpels moeilijk doet is de volgende vraag: hoe maak je dat moeilijke weer simpel? Er kwam een diepe stilte over de woestijn, in de verte huilde een babyhyena en sommigen misten het geluid van Big Ben van Londen van twaalf keer. Maar het is tijd voor een time-out en de gang naar de zak, sprak de oudste van het stel. Hij bedoelde de slaapzak. Even later werd de woestijnse stilte doorweven met gehijg en gesnurk en in de slaap over hun klanten op de divans pratende psychologen. Een van de vrouwelijke onder hen onder hen kon de slaap minder vlot pakken. Wat wil je ook, met een stel krukken in een tent?
Havot – Drachten: 2 – 3