De Heren van Havot: het eerste gewin is kattengespin

Heel vroeger leefden er ook mensen heeft de geschiedenis mij geleerd. Zij moesten noodzakelijk meer tijd besteden aan werken en misten daardoor nobele tijdverdrijven als het edele volleybalspel. Omdat dat eerst in 1895 werd bedacht hebben alle mensen die voordien leefden, het moeten stellen zonder te kunnen volleyballen. Slechts wij kunnen ons voorstellen welk een gemis dat moet zijn geweest en hoe hard het leven dus ook…

Die pre-volleybalmensen leefden dicht bij de natuur. Okee, ooit waren het prehistorische pre-volleyballers die leefden in de natuur en hoe verder je komt des te verder de natuur af komt te staan van…., maar toch…. Daardoor waren ze ook op de hoogte van natuurverschijnselen, ze waren er getuige van, ze beleefden het meer dan wij volleybalmensen. Die pre-volleyballers hebben dat ook laten merken doordat zij veel van die verschijnselen in pakken spreekwoorden en gezegden hebben verwoord. Tegenwoordig zouden we het oneliners noemen, maar spreekwoorden stammen uit de tijd dat Engelsen onze natuurlijke vijanden waren.

wvs02Het spreekwoord dat gister op de geheugenplaat verscheen was: het eerste gewin is kattengespin. DE Heren gingen in de eerste set tegen Dosko 3 voortvarend van start en pakten tegenstander en set in pakweg 12 minuten. Maar men ontdekte vervolgens dat een zwaluw nog geen zomer maakte en dat hoogmoed tot verval leidt en dat de tegenstander wist van de huid en de beer en dat die huid een hoge prijs had en niet bestemd was voor de beer. Zij huldigden het principe dat een kat in het nauw rare sprongen kan maken en wie niet waagt die niet wint en praatjes vullen geen gaatjes, maar leveren wel punten op. En waar hun woorden scoorden, konden de Heren van Havot zich zelf wel opeten. Strijdend tegen zich zelf, verontwaardigd op de scheidsrechter (maar wat maakt het uit of je door de kat of de hond gebeten wordt), stak men veelvuldig de hand in eigen boezem, daarbij vergeten dat dat op dat moment niet de oplossing is omdat je die handen anders diende te gebruiken. Met een hoofd dat niet koel wilde worde en een kokend gemoed, bleven de Heren echter gaan, gedachtig ook het spreekwoorden: de kruik gaat zolang te water tot zij barst, een vliegende kraai vangt altijd wat en het leven is net een krentenbol met af en toe een hard stukje. Dat de stukjes extra hard waren, bewijzen wel de laatste setstanden: 23-25 en 25-27.

Omdat kinderen en dronkaards de waarheid spreken, werd unaniem besloten de borrel aan de chinees te gunnen waar de heren ’s anderendaags toch zouden tafelen en thuis hondje, glaasje en ieder geval sponde op te zoeken. Tenslotte is het nog altijd zo dat het klokje thuis tikt zoals nergens anders en dat dat klokje, zelfs als het stil staat, nog altijd twee keer poer dag de juiste tijd aanwijst. (Dosko 3 – Havot 1: 0-3).

CategorieënNiet gecategoriseerd

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.